Geertrui Daem

Bio

Geertrui DaemGeertrui Daem studeerde Rechten (2003) in Gent en bracht haar laatste jaar met het Erasmus programma door in Aix-en- Provence. Zij behaalde bijkomend een Master in Conflict and Development aan de Ugent (2004).

Na drie jaar gewerkt te hebben als advocaat, gespecialiseerd in asiel-en migratierecht aan de balie van Antwerpen, verhuisde Geertrui Daem naar Algerije (Algiers) waar ze werkte voor het VN-Vluchtelingenagentschap (UNHCR) als Refugee Status Determination Officer.

Daarna nam zij vervangingscontracten waar als juriste bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen en het Belgisch Comité voor Hulp aan de Vluchtelingen (nu NANSEN vzw). Geertrui Daem werkte ook als zelfstandig consultant voor UNHCR Brussel en verrichtte, als nationaal expert, onderzoek voor het rapport “Safe at last”, een vergelijkende studie over subsidiaire beschermingsaanvragen in de EU.

In 2011 verhuisde zij voor één jaar naar Kenia (Nairobi) waar ze aan de slag ging als Resettlement Officer voor UNHCR. Tussen 2012 en 2016 was Geertrui Daem werkzaam als juriste voor het Belgisch Comité voor Hulp aan de Vluchtelingen (nu NANSEN vzw) waar zij juridisch advies en ondersteuning gaf aan talrijke asielzoekers.

Vanaf 2016 tot en met 2021 werkte zij als experte vreemdelingenrecht voor het Vlaams Agentschap Integratie en Inburgering met een bijzondere focus op asiel en inburgering.

In oktober 2021 startte ze bij het Instituut voor Internationaal Privaatrecht aan de Universiteit Gent waar ze werkt aan een doctoraat getiteld: “Refugees in identity crisis". Haar interesses situeren zich in de domeinen migratierecht, internationaal privaatrecht en mensenrechten.

Onderzoeksthema

Refugees in identity crisis

Stel: een Somalische jongen kan zijn minderjarigheid niet bewijzen met het oog op de aanstelling van een voogd omdat hij geen geboorteakte uit zijn land van herkomst kan voorleggen. Of nog:  een Afghaans koppel, dat asiel aanvraagt, beschikt over een Iraanse religieuze huwelijksakte waaruit blijkt dat het meisje 16 was ten tijde van de huwelijkssluiting in Iran. Hoe zal het personeel statuut erkend worden in deze migratiecontext? Vluchtelingen dienen niet enkel authentieke documenten neer te leggen, de inhoud van deze documenten dient ook erkend te worden. Beide elementen vormen een hindernissenparcours in een vluchtelingencontext. Aangezien de interacties tussen het migratierecht en internationaal privaatrecht onvoldoende overwogen worden, worden vluchtelingen niet enkel geconfronteerd met moeilijke levensomstandigheden maar ook met identiteitscrisissen daar zij in een juridisch vacuüm belanden: bijvoorbeeld gehuwd in Iran maar niet in België.

Het onderzoeksproject wil deze juridische vraagstukken empirisch onderzoeken in een Belgische context. Daartoe zullen interviews met asielinstanties, juridische en administratieve autoriteiten georganiseerd worden, alsook rondetafels met advocaten. Een online bevraging bij deze betrokkenen zal toelaten een breder inzicht te verwerven in de juridische problemen die vluchtelingen ervaren met betrekking tot hun personeel statuut.

Via deze methodologie wil het onderzoek, in een eerste fase, de juridische problemen met betrekking tot het personeel statuut van vluchtelingen in kaart brengen. In een tweede fase wordt onderzocht of en hoe deze inventarisatie en de bewustwording van de interacties tussen het migratierecht en het internationaal privaatrecht kunnen leiden tot een betere wisselwerking tussen deze twee juridische kaders, dit met het oog op een betere bescherming van vluchtelingen.