Veelgestelde vragen over de opleiding ingenieurswetenschappen (burgerlijk ingenieur)

1. Opbouw van de opleiding

Burgerlijk ingenieur: 3 jaar bachelor en 2 jaar master

  • 1ste bachelor gemeenschappelijk voor alle opleidingen (60 STP)
  • 2de jaar: keuze tussen 7 afstudeerrichtingen: biomedische ingenieurstechnieken, bouwkunde, chemische technologie en materiaalkunde, computerwetenschappen, elektrotechniek, toegepaste natuurkunde (unieke opleiding in Vlaanderen), werktuigkunde-elektrotechniek (120 STP)
  • 15 masters: Er wordt enkel lesgegeven in de Engelstalige masters. De NL varianten zijn te volgen via zelfstudie. (120 STP)

- Master of Science in Bioinformatics

afstudeerrichting Engineering

- Master of Science in Biomedical Engineering

- Master of Science in Chemical Engineering

- Master of Science in Civil Engineering

- Master of Science in Computer Science Engineering

- Master of Science in Electrical Engineering

afstudeerrichting Communication and Information Technology

afstudeerrichting Electronic Circuits and Systems

- Master of Science in Electromechanical Engineering

afstudeerrichting Control Engineering and Automation

afstudeerrichting Electrical Power Engineering

afstudeerrichting Maritime Engineering (unieke opleiding)

afstudeerrichting Mechanical Construction

afstudeerrichting Mechanical Energy Engineering

- Master of Science in Engineering Physics (unieke opleiding)

- Master of Science in Fire Safety Engineering (unieke opleiding)

- Master of Science in Industrial Engineering and Operations Research (unieke opleiding)

afstudeerrichting Manufacturing and Supply Chain Engineering

afstudeerrichting Transport and Mobility Engineering

- Master of Science in Photonics Engineering

- Master of Science in Sustainable Materials Engineering

- European Master of Science in Nuclear Fusion and Engineering Physics

- International Master of Science in Fire Safety Engineering

- International Master of Science in Textile Engineering (unieke opleiding)

Bachelor in de ingenieurswetenschappen 1ste-3de bach

Bachelor in de ingenieurswetenschappen 2

Het eerste jaar is volledig gemeenschappelijk en bestaat uit 6 vakken in eerste semester, 6 vakken in tweede semester en één jaarvak (zie vraag 2). De focus ligt hier vooral op een stevige basisvorming in wiskunde en wetenschappen. Deze vakken worden aangevuld met het projectvak “Modelleren, maken en meten” en het vak “Duurzaamheid, ondernemerschap en ethiek”.

Gedurende de eerste lesmaand krijg je het vak Basiswiskunde. Dit vak frist de wiskunde uit het secundair onderwijs op en verdiept en vult aan waar nodig zodat je optimaal voorbereid bent op de rest van de opleiding.

Vanaf het tweede jaar maak je een keuze uit één van de 7 afstudeerrichtingen, waarvan één uniek in Vlaanderen, nl. toegepaste natuurkunde. Wiskunde en wetenschappen worden dan aangevuld met meer technische vakken: algemene ingenieursvakken (bv. signalen en systemen, mechanica van materialen, …) en specialisatievakken in het gekozen vakdomein (je afstudeerrichting). Maatschappelijk vormende vakken en de projectlijn blijven doorheen de opleiding behouden. Zo stimuleren we je creativiteit, communicatievaardigheden, ontwerpvaardigheden en zelfwerkzaamheid.

Na de bachelor kies je voor één van onze 15 masteropleidingen, waarvan enkele uniek zijn in Vlaanderen*. In de tweejarige masteropleiding zal je zowel je kennis verbreden, alsook je verder specialiseren in je vakgebied. Er zijn nog een aantal verplichte vakken, maar je kan ook kiezen uit een uitgebreid pakket aan keuzevakken, waaronder een stage, in binnen- of buitenland. De opleiding legt enerzijds de klemtoon op geavanceerde industriële toepassingen en technieken en anderzijds op de creatie van nieuwe kennis, innovatie dus. Die combinatie is een typisch kenmerk van de opleiding.

* Unieke opleidingen: Engineering physics – Fire safety engineering – Industrial engineering en operations research – Textile engineering (international) - afstudeerrichting Maritime Engineering binnen de master Electromechanical Engineering

De masteropleidingen in de ingenieurswetenschappen worden in het Engels gedoceerd. Op die manier word je voorbereid op het internationale aspect van het ingenieursberoep, en leer je het Engelstalig vakjargon kennen. Daarnaast zal je ook in contact komen met internationale studenten die dezelfde opleiding volgen. Als je dat wilt, kan je een Nederlandstalig alternatief volgen.

2. Welke vakken krijgen we in het eerste jaar?

Lestabel

Burgerlijk ingenieur vakken 1ste jaar

Basiswiskunde

Basiswiskunde brengt de studenten uit verschillende studierichtingen en niveaus van het secundair onderwijs op een uniform basisniveau. Speciaal is dat de cursus in de eerste weken van het academiejaar ingepland staat en dat aansluitend ook meteen een evaluatie volgt. Focus ligt op praktische methoden en werkwijzen. Verschillende onderwerpen komen aan bod zoals matrices en stelsels, complexe getallen, elementaire functies, functieverloop en interpretatie van grafieken, integratietechnieken en gebruik van vectoren.

Natuurkunde I

Kennis hebben van en inzicht hebben in de wetten van de natuurkunde zijn voor een ingenieur uitermate belangrijk. Tijdens de lessen illustreren live demonstraties de natuurkundige concepten. Je leert fysische modellen opstellen en je maakt kennis met de vele hedendaagse toepassingen van de natuurkunde.
Mechanica is het onderwerp van het eerste grote deel. Daarna verdiep je je in de mechanische golven (inclusief geluid) en de hoofdwetten van de thermodynamica en de warmteleer. Tot slot krijg je inzicht in het domein elektriciteit.

Wiskundige analyse I en II

In Wiskundige Analyse I bestudeer je de basisconcepten van de theorie en oplossingsmethoden van gewone differentiaalvergelijkingen alsook van een aantal specifieke partiële differentiaalvergelijkingen zoals de warmte-, golf- en Laplacevergelijking. Daarnaast komen ook andere onderwerpen aan bod zoals rijen, macht-, Laurent- en Fourierreeksen, oneigenlijke integralen, Z- en Laplacetransformatie.
In Wiskundige Analyse II maak je kennis met de concepten en technieken eigen aan de analyse van functies van meerdere veranderlijken. Typische onderwerpen zijn partiële afgeleiden, differentieerbaarheid, Taylorreeksen, meervoudige integralen, impliciete functies, gewone en gebonden extremumproblemen.
In beide opleidingsonderdelen leer je de relevante analysetechnieken vlot aanwenden, zowel handmatig als met behulp van het softwarepakket Maple. Terzelfdertijd verwerf je vaardigheid in het wiskundig modelleren aan de hand van analyseproblemen uit de basiswetenschappen.

Discrete wiskunde I

Bij discrete wiskunde kan je onder meer denken aan logica en telproblemen. Je maakt kennis met een brede waaier aan wiskundige basisbegrippen zoals verzamelingen, relaties, groepen, velden en grafen. Discrete wiskunde is in feite de tegenhanger van de continue wiskunde waartoe bijvoorbeeld de studie van reële functies behoort. Het belang van discrete wiskunde is de laatste decennia sterk toegenomen, mede door de discrete opslag van informatie in een computer. Toepassingen vind je o.m. in de beveiliging van informatie bij communicatie over het netwerk, het ontwerp van digitale schakelingen of algoritmes voor kortste of snelste routes in een GPS-navigatiesysteem. We trainen je om logische redeneringen op hun correctheid te evalueren of om zelfstandig correcte redeneringen op te stellen.

Scheikunde: bouw van de materie

In dit vak leer je de fundamentele chemie kennen, meer bepaald de atomaire en moleculaire structuur en de eigenschappen van chemische verbindingen. Die kennis is fundamenteel om op een efficiënte manier van de eigenschappen van de materie gebruik te kunnen maken voor engineering doeleinden in alle gebieden van de ingenieurswetenschappen. Inzicht in de eigenschappen van materie en kennis van chemische reacties is tevens noodzakelijk voor de verklaring van zowel chemische, fysico-chemische als ecologische processen. Daaruit volgt het ontwerpen van nieuwe hoogtechnologische materialen voor een brede waaier aan bouwkundige, werktuigkundige, biomedische en ecologische toepassingen.

Modelleren, maken en meten

In dit vak voer je een projectwerk uit met een groepje medestudenten. De groep als geheel zorgt voor een ontwerp, de taakverdeling en de schriftelijke en mondelinge rapportering. Een onderzoeker van de faculteit staat in voor de begeleiding.
Je leert:

  • Zelfstandig informatie (van internet, uit de wetenschappelijke literatuur etc.) verzamelen en kritisch beoordelen;
  • Een projectplanning opstellen om, op tijd en binnen het budget, een vooropgesteld eindresultaat af te leveren;
  • In groep taken verdelen en uitvoeren zodat je de verschillende talenten op de efficiëntste manier aan bod laat komen;
  • Technisch-wetenschappelijke rapporten schrijven om de voortgang en het resultaat van een project voor te stellen;
  • Professionele diavoorstellingen maken en ze op een boeiende en duidelijke manier mondeling presenteren.

Je kunt kiezen uit een aantal onderwerpen, zoals:

  • Intelligente robotten: ontwerp, bouw en programmeer een intelligente robot die zelfstandig een vooraf bepaald punt in een vlak kan bereiken;
  • Noodshelters: ontwerp uit karton een bruikbare noodshelter die zo sterk en stijf mogelijk is;
  • LED-verlichting: ontwerp en realiseer je een LED-lamp met instelbare kleur en een lowcost spectrometer om het uitgezonden spectrum te visualiseren;
  • No strings attached: ontwikkel een algoritme om een robot zo snel mogelijk een doelwit te laten opsporen;
  • Biodiesel: maak een alternatieve brandstof, biodiesel;
  • Medische implantaten: maak een prototype van een hartklep en test de functionaliteit ervan;
  • Ionocrafts: ontwerp een atmosferische druk-plasmabron op basis van een zogenaamde corona-­ontlading;
  • Gsm-trajecten: ontwerp een systeem om data te verzamelen, bijvoorbeeld via smartphones of GPS-trackers, en verwerk, visualiseer en analyseer de data;
  • Scheepvaartsluizen: ontwerp een vulsysteem van een sluis en test het op een schaalmodel in het Laboratorium voor Hydraulica.

Informatica

In dit vak leer je algoritmisch denken en programmeren. Voor een gegeven probleemstelling moet je eerst een recept of algoritme bouwen om het probleem op te lossen. Daarbij is het ook belangrijk de complexiteit van je algoritme in te schatten. Zodra een algoritme klaar is, kan je het omzetten in een programma dat uitvoerbaar is door een computer. We gebruiken Python als programmeertaal. Je leert de basisconcepten kennen van gestructureerd programmeren (met lussen, beslissingen, functies …) tot die van objectgeoriënteerd programmeren (met klassen). Het is belangrijk dat je met die concepten een programma in Python kunt realiseren.Bij de vele oefeningen is er ook aandacht voor numeriek rekenen met rijen en matrices waarbij je een beroep kunt doen op de wiskundige bibliotheek NumPy. Informatica is een jaarvak zodat je voldoende tijd hebt om je de vaardigheid eigen te maken

Meetkunde en lineaire algebra

Je krijgt inzicht in de basisconcepten van meetkunde in 2 en 3 dimensies. Het uitgangspunt is een analytische benadering van meetkunde gebaseerd op coördinaten en vectorrekening. Die aanpak dient ook als inleiding op de verwante maar meer abstracte begrippen, methodes en concepten uit de lineaire algebra, waarop we vervolgens uitgebreid ingaan. Hierbij komen o.a. de volgende onderwerpen aan bod: vectorruimten, meetkunde van rechten en vlakken, stelsels lineaire vergelijkingen, lineaire transformaties, krommen en oppervlakken, kegelsneden, kwadrieken, eigenwaarden en eigenvectoren.

Scheikundige thermodynamica

Dit tweede scheikundevak behandelt de energetische aspecten van chemische omzettingen. In het eerste deel leer je thermodynamische processen en thermochemie begrijpen; ook enthalpie, entropie, thermodynamisch evenwicht en vrije enthalpie leer je begrijpen en gebruiken. Thermodynamica heeft impact op veel toepassingen. Dat komt aan bod in het tweede deel ‘chemisch evenwicht en toepassingen’ waarin je praktische berekeningen zal maken.
Concreet leer je werken met de evenwichtsconstante en factoren die de evenwichtstoestand beïnvloeden, zowel bij zuur-base reacties (pH-berekeningen) als bij de oplosbaarheid van ionaire verbindingen in water. Het is duidelijk dat ook thermodynamica fundamenteel is voor engineering doeleinden en noodzakelijk voor de verklaring van zowel chemische, fysico-chemische als ecologische processen.

Waarschijnlijkheidsrekening en statistiek

Het is niet ongewoon om een uitspraak tegen te komen in termen van “waarschijnlijk” of “de kans dat”. In het luik waarschijnlijkheidsrekening leer je wiskundig omgaan met ‘onzekerheid’ en daarbij grondbegrippen zoals waarschijnlijkheid van gebeurtenissen, verwachtingswaarde van veranderlijken kennen en ermee werken. Je bestudeert de belangrijkste verdelingen voor die veranderlijken waaronder b.v. Bernoulli (een discrete veranderlijke met twee uitkomsten, b.v. het gooien van een muntstuk) en de normale of Gaussverdeling (een continue veranderlijke die veel verschijnselen kan beschrijven).
Ook met statistiek word je bijna dagelijks geconfronteerd in de media. Als men een bepaald verschijnsel wilt onderzoeken kan een experiment opgesteld worden of metingen uitgevoerd worden. Die genereren gegevens waarop men statistische methoden kan loslaten. Je leert in deze cursus resultaten van een steekproef voor te stellen, te interpreteren, te gebruiken om een ongekende parameter te schatten of om een voorgestelde hypothese te testen.
Kortom, met deze cursus leer je onzekerheid wiskundig te temmen en beslissingen te nemen met onzekere uitkomsten, iets waarmee je in je ingenieursloopbaan bijna voortdurend in contact zal komen.

Materiaaltechnologie

Waarom komt er een deuk in je wagen bij een botsing, maar breekt glas in duizenden scherven? Waarom is glas zo breekbaar bij kamertemperatuur maar toch vervormbaar op hoge temperatuur? Waarom vervormt rubber zo makkelijk elastisch maar verliest het bij afkoeling die eigenschap? Waarom zijn metalen goede geleiders van warmte en elektriciteit? In deze cursus leer je de vele facetten van het gedrag van materialen begrijpen. Hiervoor gaan we de materiaaleigenschappen in verband brengen met de structuur van het materiaal op microscopische en zelfs atomaire schaal. Dat begrip heeft de ingenieur nodig om de juiste materiaalkeuze te kunnen maken voor elke toepassing. Daarenboven, zodra je de eigenschappen van het materiaal kent, wordt uitgelegd hoe je deze eigenschappen kan wijzigen, ja, zelfs kan sturen. Ook aspecten rond duurzaamheid, recyclage en CO2-uitstoot komen aan bod. Je leert op die manier de verschillende materiaalgroepen kennen en zal ontdekken dat dit voor vele toepassingen, van een flesje bier tot een wagen of zelfs de Mars Lander, leidt tot een complex maar interessant samenspel van verschillende materialen en hun eigenschappen.

Duurzaamheid, ondernemerschap en ethiek

Een burgerlijk ingenieur functioneert niet op een eiland maar in een maatschappelijke context, waarbinnen wetenschap en technologie een rol spelen en gekaderd moeten worden. In dit vak kom je in aanraking met aspecten van duurzaamheid, ondernemen en ethiek. In de eerste zeven weken van het semester maak je kennis met de basisprincipes van die disciplines. Daarna pas je, tijdens de DOE-week, je nieuwe kennis concreet toe. De DOE-week is volledig gewijd aan dit vak: je hebt er geen activiteiten of verplichtingen voor andere vakken.

 

Je leert:

  • De impact van technische projecten op het milieu en de samenleving inschatten;
  • Een goed idee effectief uitwerken en op de markt brengen;
  • Je verantwoordelijkheden als ingenieur op een ethische manier invullen;
  • Brainstormen en intensief samenwerken om een idee concreet uit te werken;
  • Uiteenlopende media gebruiken om een breed publiek te overtuigen;
  • Als een volwaardige ingenieur denken, handelen en communiceren.

Tijdens de DOE-week werk je intensief samen rond de maatschappelijke aspecten van het ‘ingenieur zijn’:

  • Je volgt workshops en andere activiteiten rond duurzaamheid, ondernemerschap, ethiek en communicatie;
  • Je werkt in groep een opdracht uit waarin je de aspecten concreet toepast op het projectonderwerp dat je in het vak ‘Modelleren, maken en meten’ van een meer technologische kant hebt bekeken;
  • Op de laatste dag van de DOE-week toon je je resultaten aan een breed publiek, tijdens een ‘ingenieurshappening’ die het hoogtepunt van je eerste jaar wordt!

3. Is er veel wiskunde in het eerste jaar / in de opleiding?

In de opleiding burgerlijk ingenieur is er een stevig pakket wiskunde in 1ste en 2de bachelor. Dit is noodzakelijk, omdat je als ingenieur later in je job veel beslissingen zult moeten nemen op basis van wiskundige modellen. Dit is kenmerkend voor de opleiding en maakt ook het verschil met de opleiding industrieel ingenieur. Burgerlijk ingenieurs zijn conceptuele denkers. Industrieel ingenieurs zijn veeleer toepassingsgericht.

 In 1ste bachelor starten we met het vak Basiswiskunde in de eerste drie lesweken. Dit vak frist de wiskunde uit het secundair onderwijs op en verdiept en vult aan waar nodig, zodat je optimaal voorbereid bent op de rest van de opleiding.

30 studiepunten in 1ste bachelor  – gemiddeld 9 studiepunten in 2de bachelor =  gemiddeld 39 studiepunten in volledige bachelor (kleine verschillen naargelang de afstudeerrichting in 2de bachelor)

Aantal studiepunten wiskunde in bachelor

4. Ik volg 6u wiskunde, is dat voldoende om te starten?

Om met succes de opleiding burgerlijk ingenieur te doorlopen is het sterk aangeraden om 6u wiskunde of meer gevolgd te hebben in de derde graad secundair onderwijs.

Je kan je voorkennis wiskunde meten met de ijkingstoets (zie vraag 5).

 

Aantal uren wiskunde in SO

 

Onderwijsvorm SO

 

5 uur en meer

 

ASO

TSO

KSO

BSO

Burgerlijk ingenieur

99,28 %

 

96,90 %

2,96 %

0,10 %

0,04 %

Burgerlijk ingenieur-architect

95,52 %

 

93,40 %

3,54 %

2,74 %

0,30 %

Industrieel ingenieur

89,04 %

 

79,20 %

20,40 %

0,20 %

0,20 %

Cijfers uit UGI, AJ 2017-2018 tem AJ 2021-2022, alle studenten bacheloropleidingen. 

Noot: Dit zijn cijfers van de instroom van studenten, geen slaagkansen!

Zowat alle instromende studenten komt uit studierichtingen uit secundair onderwijs met 5u wiskunde of meer: nl. 99,28 %. Ze komen hoofdzakelijk uit ASO richtingen met pool wiskunde.
Naast voorkennis en intelligentie is inzet en motivatie ook heel belangrijk om te slagen.

Zeker ook verwijzen naar:

  • de starttoets (verplichte ijkingstoets) (vraag 5)
  • de zomercursussen (vraag 6)
  • slaagcijfers/studierendement (vraag 17)

5. Hoe zit dat met de starttoets (verplichte ijkingstoets)?

Noot: Voor sommige opleidingen is deelname aan een starttoets (verplichte ijkingstoets) verplicht om te kunnen inschrijven

Alle info is terug te vinden op: https://www.ugent.be/ea/nl/voor-toekomstige-studenten/voorbereiden/ijkingstoets

Algemeen

  • Samen met de andere Vlaamse universiteiten organiseert UGent starttoetsen (verplichte ijkingstoetsen) die verschillende aspecten van je wiskundeniveau testen.
  • Deelname aan de toets is verplicht:  studenten die niet hebben deelgenomen kunnen niet inschrijven voor de opleiding.
  • Het resultaat dat je behaalt is echter niet bindend; m.a.w. het resultaat heeft geen gevolgen voor jouw toelating tot de opleiding. Maar, als een student niet slaagt voor de starttoets (verplichte ijkingstoets) van de opleiding waarvoor hij/zij wenst in te schrijven, dan is hij/zij verplicht een remediëringstraject te volgen om zijn/haar voorkennis bij te spijkeren.

Er zijn enkele uitzonderingen: zie https://www.ugent.be/nl/opleidingen/bacheloropleidingen/toelating/uitzonderingen-ijkingstoets-starttoets.htm

Compatibiliteit ijkingstoets

  • Het remediëringstraject bestaat uit ofwel een online zelfstudiepakket wiskunde, ofwel een fysieke deelname aan (een deel van) de zomercursus wiskunde. In beide gevallen wordt het traject afgerond met een verplichte online test.  Dit remediëringstraject wordt bij voorkeur gevolgd voor de start van het academiejaar.  
  • De starttoets (verplichte ijkingstoets) helpt je om in te schatten of je beschikt over voldoende wiskundige en wetenschappelijke kennis en vaardigheden in relatie tot het verwachte instapniveau voor de opleiding. Achteraf krijg je genuanceerde feedback op je resultaten. Zijn die resultaten niet voldoende, dan volg je het remediëringstraject.

Wat wordt er getest?

De starttoets (verplichte ijkingstoets) test via meerkeuzevragen enkele vaardigheden die belangrijk zijn voor vakken die je krijgt aan het begin van de opleiding. De inhoud van de vragen bouwt verder op de leerstof van richtingen uit het secundair onderwijs met 6 uur wiskunde. De leerinhouden wiskunde van zowel eerste, tweede als derde graad komen aan bod.

Toch kunnen ook leerlingen die minder wiskunde volgden in hun vooropleiding eraan deelnemen. Het is immers belangrijk dat elke geïnteresseerde student zich kan "ijken": je niveau kan immers van nature hoger zijn dan je vooropleiding laat vermoeden.

De competenties die je nodig hebt om de studies van burgerlijk ingenieur aan te vangen, gaan echter verder dan het beheersen van wiskunde. Kan je ook verschillende wiskundige technieken combineren? Kan je een toegepast probleem interpreteren en opsplitsen in deelproblemen? Vind je de juiste wiskundige technieken om de deelproblemen op te lossen? Kan je ten slotte je deelresultaten terug combineren om zo een antwoord te formuleren voor de oorspronkelijke vraagstelling?

Hoe kan ik me voorbereiden op de starttoets (verplichte ijkingstoets)

We raden je aan om de leerstof uit 3de - 4de - 5de - 6de jaar secundair onderwijs wat op te frissen. Je kan ook oefenen om vertrouwd te geraken met het soort vragen. Voorbeeldvragen: https://www.ijkingstoets.be/opleidingen/ingenieurswetenschappen/voorbereiding.

De faculteit organiseert in het voorjaar enkele oefennamiddagen om studiekiezers te helpen de leerstof en aanpak van deze toets onder de knie te krijgen. Datums worden later meegedeeld, dus check de webpagina https://www.ugent.be/ea/nl/voor-toekomstige-studenten/voorbereiden/ijkingstoets/ijkingstoets-burgerlijk-ingenieur

Praktische info:              
De toetsen worden schriftelijk afgenomen, on campus

Data:    

  • Ma 3/07/23 in de voormiddag (9u-13u)
  • Za 26/08/23 in de voormiddag (9u-13u)

Waar: UGent, Campus Boekentoren Gent (exacte locatie wordt later meegedeeld).

Inschrijven: via website https://www.ijkingstoets.be/, voor sessie 1: van 15 januari tot en met 15 juni, voor sessie 2: van 15 januari tot en met 15 augustus.

 

6. Hoe kan ik me voorbereiden op de studies van burgerlijk ingenieur?

Zomercursussen

De faculteit organiseert voor haar studenten zomercursussen voor wiskunde en scheikunde.

Data: in de week van 4-8/09/2023 en week van 11-15/09/2023. Exacte data worden later vastgelegd en gecommuniceerd op de facultaire website.

Extra:
Het academiejaar start met het vak Basiswiskunde = is een herhaling van wiskunde secundair onderwijs (gedurende eerste 3 weken van het academiejaar), met als bedoeling een uniform startniveau te bereiken. Aansluitend is er een evaluatie (midden oktober) en een examen in januari. Op basis van de resultaten voor dit vak kunnen eventueel suggesties voor heroriëntering gedaan worden.

Naast motivatie en de nodige inzet, is bereidheid tot diepgang, nauwkeurigheid en volledigheid ook belangrijk, het gaat zeker niet enkel over voorkennis, maar ook over intrinsieke attitudes die het best aanwezig zijn.

Introductiedag

De faculteit organiseert op donderdag 21/09/2023 een introductiedag voor haar nieuwe studenten 1ste bachelor om hen zo voor te bereiden om de week erna vlot van start te gaan.

Op het programma van de introductiedag staat o.a.

  • IT ondersteuning en configuratie van je laptop
  • Kennismaking met UGent platformen zoals Ufora en Oasis
  • Kennismaking met trajectbegeleiding, monitoraat en studentensecretariaat
  • Opbouw van het eerste jaar: lessenrooster, tussentijdse testen
  • Groepsindeling
  • Aankoop cursussen
  • Kennismaking met je medestudenten en de studentenverenigingen

Meer info en inschrijven.

Laptop

Een laptop is verplicht en noodzakelijk vanaf het eerste bachelor jaar. De minimumvereisten kan je hier terugvinden. 

Financiering van een nieuwe laptop

Laptop, printer of ander duurzaam studiemateriaal nodig? Dit kan zeker aan het begin van het academiejaar een zware hap uit het budget betekenen. De Sociale Dienst van de UGent kan hierbij helpen! Onder bepaalde voorwaarden kan voor de aanschaf van een laptop via de Sociale Dienst een toelage of renteloze lening voorzien worden. Meer info 

7. Ik heb zeer weinig fysica en scheikunde gekregen in het middelbaar; is dat een probleem?

  • Opmerking: in het secundair onderwijs gebruikt men de term fysica ipv natuurkunde!

Niet noodzakelijk. De lessen natuurkunde en scheikunde starten met een herhaling van al de nodige stof ("start vanaf nul"), zodat iedereen na 2-3 weken op hetzelfde niveau zit. Voor wie het wenst, is er ook een zomercursus scheikunde.

Naast motivatie en de nodige inzet, is bereidheid tot diepgang, nauwkeurigheid en volledigheid ook belangrijk, het gaat zeker niet enkel over voorkennis, maar ook over intrinsieke attitudes die best aanwezig zijn.

Zomercursus scheikunde: aan te raden voor wie weinig scheikunde heeft gekregen in de laatste jaren secundair onderwijs. 

8. Wat is de verhouding theorie/oefeningen? Hoeveel praktijk zit er in de opleiding?

Lichtblauw: oefeningen – donderblauw: theorie.

Semester 1 week 1-3 burgerlijk ingenieur

Semester 1 week 4-12 burgerlijk ingenieur

Semester 2 burgerlijk ingenieur

Dit schema geldt als model, wijzigingen kunnen ieder jaar voorkomen. De UGent zet in op activerend onderwijs; daarom worden oefeningenlessen vaak in (kleinere) groepen gegeven: uren en dagen kunnen variëren naargelang de groepsindeling.

Belangrijke principes uit de theorielessen worden steeds ingeoefend. Er worden soms ook opdrachten meegegeven om thuis op te lossen. Voor wiskunde en basiswetenschappelijke vakken zijn er ongeveer evenveel oefeningen als theorie.

Doorheen de bachelor loopt er ook een projectlijn, waar je kennis maakt met de praktijk van een burgerlijk ingenieur. Dit begint al in het 1ste semester van 1ste bachelor met het vak "Modelleren, maken en meten". Daarin zal je een project uitwerken met een groepje medestudenten, onder begeleiding van een onderzoeker. Samen staat de groep in voor een ontwerp, de taakverdeling en de schriftelijke en mondelinge rapportering. Een kleine greep uit het aanbod aan mogelijke projecten: bouw een kraan die een last zo goed mogelijk horizontaal kan verplaatsen; probeer een wagentje voort te bewegen met een plasma-aandrijving; maak een waterfilter met dunne draden om kleine deeltjes tegen te houden; construeer een robot die ander robotten uit de ring kan duwen; maak je eigen biobrandstof uit afval van koffiefilters; ontwerp, bouw en test een kunstmatige hartklep.

In het tweede semester van 1ste bachelor krijg je ook het vak “Duurzaamheid, ondernemerschap en ethiek” Je maakt in de eerste zes weken kennis met de basisprincipes van deze disciplines en daarna pas je deze kennis concreet toe op het projectonderwerp van het vak “Modelleren, maken en meten” in de DOE-week. Deze week is volledig gewijd aan dit vak; m.a.w. Je hebt in die week geen activiteiten of verplichtingen voor andere vakken.

Ook in de daaropvolgende jaren zal je in groep projecten kunnen uitvoeren. In het vak “Ingenieursproject”, in 2de bachelor, werk je aan een project dat past binnen de afstudeerrichting die je gekozen hebt. Je brengt er de belangrijkste ontwerp- en meetmethodes van jouw discipline in de praktijk. In het 3de bachelorjaar draai je voor het “Vakoverschrijdend project” een semester lang mee in een onderzoeksgroep van de faculteit. Je krijgt een reëel probleem voorgeschoteld waar je zelfstandig een werkbare oplossing voor moet vinden. In veel gevallen leidt dit tot je eerste artikel in een wetenschappelijk tijdschrift!

9. Hoe kan ik mezelf tijdens het jaar testen?

We starten het academiejaar met o.a. het vak Basiswiskunde. In dit vak frissen we je kennis uit het secundair onderwijs grondig op en verdiepen we ze en vullen we ze aan waar nodig. Zo zorgen we ervoor dat je optimaal voorbereid bent op de rest van de opleiding. Dit vak loopt drie weken, en op het einde van deze drie weken is er een test. Kort na de test wordt er feedback voorzien. De andere wiskundige vakken starten pas vanaf week vier, nadat dit vak Basiswiskunde is afgerond. Wie geslaagd is voor de test is geslaagd voor het vak en hoeft geen examen meer af te leggen in januari. Wie niet geslaagd is, heeft nog een examenkans in januari en daarna nog een kans in de tweede zittijd.

Daarnaast zijn er ook tussentijdse testen. Er zijn in het eerste jaar, na de test van Basiswiskunde, nog twee testmomenten per semester (‘NPGE’s’). Per testmoment wordt er ongeveer een halve dag voorzien, waarop er meerdere vakken uit dat semester geëvalueerd worden. Hiermee stimuleren we de juiste studie-aanpak en studiehouding. Deze tussentijdse testen tellen mee voor 10% tot 25% van de totale punten van deze vakken. Ideaal om te testen of de basisprincipes voldoende begrepen zijn.

10. Wat is het verschil tussen de opleiding burgerlijk ingenieur aan UGent of KULeuven?

Er is geen verschil in niveau tussen de opleidingen aangeboden aan UGent en KU Leuven.

  • UGent en KU Leuven zijn 2 verschillende instellingen met elk een eigen visie en beleid.
  • Aan de UGent behoren de opleidingen burgerlijk ingenieur, burgerlijk ingenieur-architect en industrieel ingenieur samen tot één faculteit. Dit biedt heel wat voordelen: nauwe samenwerking tussen de drie opleidingen, vlotte en onderlinge uitwisseling van kennis en een uitgebreide infrastructuur die door de drie opleidingen kan gebruikt worden voor zowel onderzoek als onderwijs.

Bij de KU Leuven zijn er twee afzonderlijke faculteiten: één voor de burgerlijk ingenieurs en één voor de industrieel ingenieurs (verspreid over verschillende campussen over Vlaanderen).

  • De opbouw van de opleidingen verschilt lichtjes.

Aan de UGent is het eerste jaar volledig gemeenschappelijk en kiezen de studenten vanaf het tweede jaar een afstudeerrichting.

Aan de KU Leuven bestaat de bacheloropleiding uit twee delen van elk drie semesters. Het eerste deel is gemeenschappelijk en geeft je een uitgebreide wetenschappelijke basis mee. In het tweede deel kies je een hoofd- en een nevenrichting.

  • Ook het aanbod van de masteropleidingen verschilt:

UGent, burgerlijk ingenieur

KU Leuven burgerlijk ingenieur

Bioinformatics, afstudeerrichting Engineering (unieke opleiding)

 

Biomedical Engineering

Biomedische technologie

Chemical Engineering

Chemische technologie

Civil Engineering

Bouwkunde

Computer Science Engineering

Computerwetenschappen

Electrical Engineering met 2 afstudeerrichtingen:

- Communication and Information Technology

- Electronic Circuits and Systems

Elektrotechniek

Electromechanical Engineering met 5 afstudeerrichtingen:

- Control Engineering and Automation

- Electrical Power Engineering

- Maritime Engineering (unieke opleiding)

- Mechanical Construction

- Mechanical Energy Engineering

Werktuigkunde

Engineering Physics (unieke opleiding)

Wiskundige ingenieurstechnieken

Fire Safety Engineering (unieke opleiding)

Energie

Industrial Engineering and Operations Research (unieke opleiding) met 2 afstudeerrichtingen:

- Manufacturing and Supply Chain Engineering

- Transport and Mobility Engineering

Mobiliteit en supply chain

Photonics Engineering

Nanowetenschappen, nanotechnologie en nano-engineering

Sustainable Materials Engineering

Materiaalkunde

European Master Nuclear Fusion and Engineering Physics

 

International Fire Safety Engineering (unieke opleiding)

 

International Textile Engineering (unieke opleiding)

 

  • Eigen aan de opleiding aan de UGent is Basiswiskunde en het systeem van de tussentijdse testen (zie vraag 'Hoe kan ik mezelf tijdens het jaar testen?').
  • UGent stimuleert ondernemerszin bij haar studenten:
  • ondernemersvakken als keuzevak, zowel in bachelor als in master.
  • In 1ste bachelor krijg je het vak “Duurzaamheid, ondernemen en ethiek”.
  • UGent heeft een expertisecentrum voor student-ondernemerschap aan UGent: Durf Ondernemen (DO!). Doel: zoveel mogelijk studenten ondernemende competenties te laten verwerven, en om de officiële student-ondernemers optimaal te begeleiden en te ondersteunen bij de uitbouw van hun onderneming.
  • 1ste aanspreekpunt voor alle UGent'ers die denken aan ondernemen,
  • vormt een springplank naar verdere begeleiding bij aansluitende diensten en programma's.
  • Duurzaamheidsdenken wordt doorheen de ganse opleiding gestimuleerd, te beginnen met het vak “Duurzaamheid, ondernemen en ethiek” in 1ste bachelor 
  • De faculteit zet heel sterk in op internationalisering. Er zijn vele opties: Erasmus, samenwerking met internationale partners van de faculteit, stage in het buitenland (o.m. via IAESTE), veldwerk in het buitenland in het kader van een masterproef, summer schools en workshops (o.m. georganiseerd door BEST), …
  • De faculteit hecht veel belang aan het welbevinden van haar studenten à veel ondersteuning.
  • studiebegeleiders: vakinhoudelijke begeleiding zoals uitleg bij theorie en oefeningen, zowel individueel als in kleine groepjes + meer algemene studieondersteuning, zoals planning, organisatie en studiemethode.
  • Trajectbegeleiders: voor vragen omtrent je studieloopbaan
  • Taalbegeleiding en –advies van UGent: ondersteuning voor spreek- en schrijfopdrachten, zowel in NL als ENG
  • De faculteit is nauw betrokken bij wat er gebeurt in de wereld om ons heen. Samen met de UGent zijn we partner in het innovatiebeleid van de stad Gent. Onze onderzoekscentra bevinden zich grotendeels op het wetenschapspark Ardoyen, samen met een veertigtal onderzoeksgerichte bedrijven. Je zal tijdens je studies dus vertoeven in een zeer innovatieve omgeving. Via onze alumnivereniging AIG kan je na je studies een uitgebreid netwerk met collega's uit de industrie en de academische wereld uitbouwen.
  • De stad Gent is een fantastische stad om te studeren. Gent is een multiculturele en vooral multifunctionele stad. Alle belangrijke functies zijn aanwezig in onze stad: economie en industrie, haven, handel, politiek en administratie, toerisme, cultuur, sport en natuurlijk onderwijs. Je krijg dus volop kansen om een netwerk uit te bouwen tijdens je studies.

11. Wat is het verschil tussen burgerlijk ingenieur en bio-ingenieur?

Burgerlijk ingenieurs en bio-ingenieurs zijn beiden ingenieurs die kennis creëren, nieuwe concepten bedenken of nieuwe toepassingen ontwikkelen, op basis van wetenschappelijke inzichten. Beiden worden getraind om op een meer generiek en abstract niveau te redeneren.

In de opleiding tot burgerlijk ingenieur ligt de focus op technologie voor mens en maatschappij. In de opleiding tot bio-ingenieur ligt de focus op technologie voor de levende materie (zoals planten en dieren) en haar omgeving.

Opleiding

12. Wat is het verschil tussen burgerlijk ingenieur en industrieel ingenieur? Wat is het verschil tussen een ingenieursopleiding en masteropleiding in de wetenschappen?

Ingenieurs Verschil

De opleiding burgerlijk ingenieur legt de klemtoon op theoretische kennis en wetenschappelijk aspect van de dingen à vraag zich af waarom iets werkt, en hoe systemen kunnen worden ontworpen die problemen oplossen.

Profiel:

  • Interesse in wiskunde en wetenschappen
  • Geboeid door technologie en innovatie
  • Op basis van wiskundige modellen nieuwe processen, producten en systemen ontwikkelen om een antwoord te bieden aan maatschappelijke behoeften
  • Graag op een abstract niveau redeneren
  • Bereidheid tot diepgang, nauwkeurigheid en volledigheid
  • Goede wiskundige basis, 6u of meer wiskunde in het secundair onderwijs (ASO)

De opleiding industrieel ingenieur legt de klemtoon op toepassingen à vraagt zich af hoe iets werkt en kijkt naar de praktische uitvoering van de ideeën.

Profiel:

  • Interesse voor wiskunde, wetenschappen, techniek en technologie
  • Vooral geïnteresseerd in toepassingsgerichte kennis
  • Graag op een creatieve manier praktische problemen oplossen
  • Voorkennis van minstens 4u per week in het algemeen secundair onderwijs (ASO) / 6u  of meer per week in het technisch secundair onderwijs (TSO)

De master wetenschappen legt de klemtoon op de wetenschap zelf: informatica, chemie en kijkt minder naar hoe deze wetenschap kan gebruikt worden in een praktische context (dus minder toepassingen).

13. Wat is het verschil tussen een master natuurkunde en burgerlijk ingenieur: toegepaste natuurkunde?

De masteropleiding natuurkunde concentreert zich vooral op de fundamentele principes van natuurkunde (‘de natuurkundige fenomenen’). In de opleiding ingenieurswetenschappen: toegepaste natuurkunde (burgerlijk ingenieur) zie je deze principes ook, maar de opleiding is ruimer en focust vooral op vragen zoals "Hoe kunnen we op basis van deze principes producten maken, die voor de maatschappij zeer nuttig zijn" en "Hoe worden deze principes in de industrie toegepast om innovaties te brengen".

De opleiding toegepaste natuurkunde is vooral gericht op het onderzoek naar toepassingen van de natuurkunde, zoals het ontwerp van nieuwe materialen, nieuwe types elektronische en optische componenten, complexe systemen, innovatieve medische technieken en nieuwe vormen van energieopwekking.

Het programma omvat enerzijds een flinke dosis natuurkundige opleidingsonderdelen (zoals kwantummechanica, vastestoffysica, elektromagnetisme, plasmafysica en subatomaire fysica) en anderzijds ingenieurscompetenties (zoals systeemontwerp en toepassingsgericht denken). De toepassingsgerichte component maakt het onderscheid tussen de master toegepaste natuurkunde en een master in de zuivere natuurkunde.

14. Wat is het verschil tussen master informatica, industrieel ingenieur informatica & burgerlijk ingenieur computerwetenschappen?

De masteropleiding informatica leert de studenten de basisprincipes aan, met veel aandacht voor datastructuren, algoritmen en formele talen.

De masteropleiding industriële wetenschappen: informatica concentreert zich op het aanleren van praktische ervaring met programmeertalen en software technologieën; algoritmen en datastructuren komen ook aan bod.  De academische bachelor van drie jaar wordt gevolgd door één masterjaar. Er wordt aandacht besteed aan hoe in de industrie informatica aangewend wordt om nieuwe producten en innovaties te brengen. Er zijn veel praktische labosessies met begeleiding gedurende de ganse opleiding. De opleiding start met algemene ingenieursvakken (1ste jaar en deel van 2de jaar) om daarna te gaan specialiseren.

Studenten burgerlijk ingenieur computerwetenschappen krijgen eerst algemene ingenieursvakken met een ruim aandeel wiskunde in de eerste twee jaar, om een grondige basis te vormen. Vanaf het tweede jaar komen meer vakken computerwetenschappen aan bod, waarin eerst de basis gelegd wordt en vervolgens ook praktische oefeningen gemaakt worden onder begeleiding. De bacheloropleiding duurt 3 jaar en de masteropleiding 2 jaar. Nadruk in de master ligt op het aanleren van principes, die jou in staat stellen op een innovatieve manier oplossingen aan te reiken voor problemen die zich kunnen stellen.

15. Wat is het verschil tussen een burgerlijk ingenieur civil engineering, industrieel ingenieur bouwkunde en een (burgerlijk ir.-)architect?

Burgerlijk ingenieur civil engineering: Als burgerlijk ingenieur ben je dikwijls meer betrokken bij de studie van de stabiliteit, funderingen en technieken, en onderzoek naar nieuwe technieken voor bruggenbouw, glasconstructies, wegenbouw, etc.

Industrieel ingenieur bouwkunde: Eens afgestudeerd kom je vooral terecht in de uitvoering van bouwwerken, bij de realisatie van diverse bouwconstructies en stabiliteitsberekeningen. Je bent vaak verantwoordelijk voor de project- en werfleiding.

(Burgerlijk ingenieur-)architect: Als (burgerlijk ingenieur-)architect heb je meer te maken met de opmaak van het ontwerp en het concept van de constructie. Constructie is onderdeel van een globale aanpak van alle aspecten van het ontwerpprobleem.

16. Wat kan ik later doen met een diploma van ingenieur? Vind ik gemakkelijk werk?

Er is een permanent tekort aan ingenieurs. De vraag naar afgestudeerde ingenieurs is dan ook groot. De industrie apprecieert vooral het analytisch en kritisch denkvermogen van de ingenieur. Hierdoor ben je in veel sectoren en functies inzetbaar. 

Tijdens de opleidingen kom je al in contact met bedrijven via bedrijfsbezoeken, al of niet verplichte stages, masterproeven in samenwerking met bedrijven. Daarnaast organiseert onze studentenvereniging VTK jaarlijks een job- en stagebeurs.

Waar kom ik terecht?

  • Bedrijfswereld
  • Publieke sector
  • Onderwijs
  • Studiebureaus
  • Dienstensector (banken, verzekeringen, …)
  • Gezondheidszorg

Functies

  • Management
  • Onderzoek
  • Ontwerp en ontwikkeling
  • Productie
  • Advies en controle
  • Opleiding

Vind ik gemakkelijk werk?

Aantal schoolverlaters

% werkzoekenden na 1 jaar

Burgerlijk ingenieur

633

0,5 %

Burgerlijk ingenieur-architect

124

1,6 %

Industrieel ingenieur

1.479

1,3 %

Bio-ingenieur

386

2,1 %

Alle masteropleidingen

15275

2,3 %

Alle opleidingen hoger onderwijs (HBO5, PBA, ABA en MA)

35650

2,4 %

VDAB schoolverlatersrapport editie 2022 – opvolgingsjaar 2021

17. Wat zijn de slaagcijfers in het eerste jaar?

Concrete cijfers geven is moeilijk. Sinds de invoering van de Ba-Ma structuur en de flexibilisering ervan werkt men in het hoger onderwijs met studiepunten. Er kan niet langer gesproken worden van ‘geslaagd’ of ‘niet geslaagd’ in (het eerste jaar van) het hoger onderwijs.

We kunnen je wel verwijzen naar de Onderwijskiezer van Vlaamse Gemeenschap (gebaseerd op het aantal generatiestudenten in de periode 2015-2016 tem 2020-2021).

Daar vind je het studierendement terug van de verschillende opleidingen in het hoger onderwijs → is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.

De participatiegraad geeft weer hoeveel % van de leerlingen t.o.v. van alle afgestudeerden uit een bepaalde studierichting in het SO zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs. Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.

Er wordt hier alleen rekening gehouden met jongeren die zich

  • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs inschrijven
  • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
  • met een DIPLOMACONTRACT,
  • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

Studierendement van 1ste bachelor in ingenieurswetenschappen

Studierendement 1ste bachelor ingenieurswetenschappen

18. Wat als blijkt dat het me toch niet ligt: kan ik veranderen zonder een volledig jaar te moeten overdoen?

Als je van opleiding verandert vóór 1 december, dan krijg je zowel je leerkrediet als je flexibel inschrijvingsgeld terug. Vanuit UGent adviseren we om te heroriënteren vóór 15 november. Je nieuwe faculteit zal beslissen of je al dan niet nog eerstesemestervakken van je nieuwe opleiding zult kunnen opnemen.

Bij de start van het tweede semester is het ook mogelijk om te heroriënteren vóór 1 maart. Hiervoor moet je contact opnemen met de trajectbegeleider van de nieuwe opleiding om na te gaan voor welke vakken kan worden ingeschreven. Het flexibel inschrijvingsgeld van het tweede semester krijg je terug alsook het leerkrediet voor vakken van het tweede semester en voor jaarvakken.

Studenten die vroeg heroriënteren (bijvoorbeeld na de drie weken Basiswiskunde) kunnen in de nieuwe opleiding vaak nog alle vakken opnemen, en zijn dus niets ‘verloren’. Studenten die pas later (bijvoorbeeld rond 15 november of bij de start van het tweede semester) heroriënteren, kunnen in de nieuwe opleiding meestal niet meer alle vakken van het eerste jaar opnemen en starten in de nieuwe opleiding dus reeds met een geïndividualiseerd traject (GIT).

19. Welke begeleiding is er voorzien voor studenten?

- Vakinhoudelijke ondersteuning voor de vakgebieden wiskunde, natuurkunde, scheikunde en informatica. Je krijgt extra uitleg bij de leerstof (zowel theorie als oefeningen), richtlijnen over de examens, feedback bij de testen, ...

- Algemene studiebegeleiding: studieplanning, studiemethode, zoeken naar oplossingen bij studieproblemen

- Studietrajectbegeleiding: advies en info over geïndividualiseerd traject, bijzonder statuut, heroriëntering, begeleiding studietraject en -vooruitgang

20. Welke rekenmachine mag ik gebruiken bij evaluaties en examens?

Voor alle (niet-)periodegebonden evaluaties waarbij de student een rekenmachine mag gebruiken, is enkel het gebruik van het type TI-30XB MultiView of het type TI-30XS MultiView toegelaten (tenzij anders gemeld door de verantwoordelijke lesgever).

Meer info

21. Is een laptop verplicht en welke vereisten zijn er voor een laptop?

Een laptop is verplicht en noodzakelijk vanaf het eerste bachelor jaar.

Lees meer over de minimumvereisten

Studenten die het financieel moeilijk hebben, kunnen aankloppen bij de Sociale Dienst van de UGent; zij kunnen onder bepaalde voorwaarden een studiefinanciering geven aan studenten, onder de vorm van een toelage of een renteloze studielening. Meer info is ook te vinden via bovenstaande link. 

22. Kan ik naar het buitenland tijdens mijn studies?


Veel (toekomstige) studenten denken bij internationalisering standaard aan het Erasmus programma. Als faculteit zetten wij echter in op verschillende formats, en Erasmus is dus niet de enige (of belangrijkste) mogelijkheid om een buitenlandse ervaring op te doen. Er is "voor elk wat wils", zowel lange alsook kortere verblijven zijn mogelijk.

Mogelijkheden vanuit de faculteit:

  • Erasmus Belgica: uitwisseling voor studie in Franstalig België (1 of 2 semesters, tijdens de masteropleiding)
  • Erasmus: uitwisseling voor studie in de EU & Zwitserland (1 of 2 semesters, tijdens de masteropleiding)
  • Uitwisseling voor studie buiten Europa (1 of 2 semesters, tijdens de masteropleiding)
  • Stage, zowel binnen als buiten Europa, eventueel ondersteund via IAESTE (meer dan 80 landen wereldwijd), FEA is de pionier/trekker van IAESTE in België, van 6 weken tot 1 jaar
  • Korte cursussen in Europa via BEST (typisch 1 week)
  • Ontwikkelingssamenwerking: veldwerk in “het zuiden” met een reisbeurs, van 1 maand tot 1 jaar
  • Europese/internationale masteropleiding: student verblijft telkens 1 semester in een partnerinstelling
  • Internationale studiereizen
  • Summer schools
  • Een deel van de masterproef in het buitenland afleggen (bijvoorbeeld (een deel van) het onderzoek in het buitenland uitvoeren)


Als ingenieur werk je meestal (of altijd) in een internationaal werkveld en zelfs al blijf je in België na het afstuderen, dan nog is het belangrijk en een voordeel om tijdens de studies een internationale ervaring op te doen.

23. Ik ben geïnteresseerd in wetenschappen en technologie. In welke opleiding start ik het best?

Burgerlijk ingenieur

Is het je einddoel burgerlijk ingenieur te worden, heb je voldoende voorkennis wiskunde, ben je vooral geïnteresseerd in conceptuele en theoretische kennis en de wetenschappelijke aspecten van techniek (de vraag naar het waarom en van hoe je tot een nieuw ontwerp komt) en ben je bereid hard te werken --> onmiddellijk starten in deze opleiding en niet via de omweg van industrieel ingenieur en dan master burgerlijk ingenieur.

Profiel:

  • Interesse in wiskunde, wetenschappen
  • Geboeid door technologie en innovatie
  • Op basis van wiskundige modellen nieuwe processen, producten en systemen ontwikkelen om een antwoord te bieden aan maatschappelijke behoeften
  • Graag op een abstract niveau redeneren
  • Bereidheid tot diepgang, nauwkeurigheid en volledigheid
  • Goede wiskundige basis, 6u of meer wiskunde in het secundair onderwijs (ASO)

Industrieel ingenieur

Is het je einddoel om industrieel ingenieur te worden, heb je voldoende voorkennis wiskunde, ben je bereid hard te werken, ben je sterk geïnteresseerd in toepassingen en kijk je vooral naar de uitvoering van ideeën --> kies dan voor industrieel ingenieur en niet via de omweg van het schakelprogramma. Waarom? Het schakelprogramma is een moeilijk/zwaar programma. In een professionele bachelor komt er weinig theorie aan bod. Na drie jaar studeren (prof. bachelor) is je kennis van wiskunde/fysica nog minder dan als je onmiddellijk na het S.O. start in de opleiding industrieel ingenieur. Het schakelprogramma omvat vooral theoretische vakken die teruggrijpen naar de leerstof van het 5de en 6de jaar S.O.

Profiel:

  • Interesse voor wiskunde, wetenschappen, techniek en technologie
  • Vooral geïnteresseerd in toepassingsgerichte kennis
  • Graag op een creatieve manier praktische problemen oplossen
  • Voorkennis van minstens 4u per week in het algemeen secundair onderwijs (ASO) / 6u of meer per week in het technisch secundair onderwijs (TSO)

Master Wetenschappen

Ben je vooral geïnteresseerd in een bepaalde wetenschap en minder in de toepassingen, kies dan voor een master wetenschappen.

24. Kan ik Industrieel Ingenieur studeren en nadien Burgerlijk ingenieur? Hoeveel jaar in totaal is dit dan?

Als je het diploma van industrieel ingenieur behaald hebt kan je ook nog verder studeren voor burgerlijk ingenieur. Er zijn twee mogelijkheden, afhankelijk van je behaalde diploma:

  • Als je het diploma van master industrieel ingenieur hebt behaald kan je via een brugprogramma rechtstreeks starten in de masteropleiding ingenieurswetenschappen. Deze rechtstreekse doorstroom is meestal enkel mogelijk binnen het zelfde kennisdomein. Dit betekent concreet dat je eerst 4 jaar industrieel ingenieur studeert en dan aansluitend 2 jaar master burgerlijk ingenieur. De studenten die dit programma volgen, krijgen een aangepaste versie van de reguliere master (een “brugprogramma”). Zij zullen minder ruimte hebben voor keuzevakken en in de plaats daarvan krijgen ze nog enkele vakken uit de bachelor van de opleiding burgerlijk ingenieur (“brugvakken”) en een speciaal ingericht wiskundig brugvak (wiskundige modellering in de ingenieurswetenschappen).
  • Via een voorbereidingsprogramma kan je op basis van je bachelordiploma al instromen in een aantal inhoudelijk verwante masteropleidingen burgerlijk ingenieur. Je moet dan wel eerst het voorbereidingsprogramma afwerken (min. 30 SP en max 90 SP) alvorens te starten met de masteropleiding zelf.  Dit betekent in concreto meer dan 2 jaar studeren extra. Qua studieduur zal deze optie meestal niet korter zijn dan de bovenstaande optie, en je behaalt bovendien maar één masterdiploma in tegenstelling tot twee masterdiploma’s als je het brugprogramma volgt. Het voorbereidingsprogramma wordt daarom niet vaak gevolgd.

25. Welke ingenieursopleiding past het beste bij mij?

Opleiding

26. Wat houdt het Excellentieprogramma Innovation for Society in? Wie kan dit volgen?

Wat?

Vanaf het academiejaar 2021–2022 biedt de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur aan haar studenten een excellentieprogramma aan. Dit éénjarig programma, ‘Innovation for Society’, biedt gemotiveerde studenten een stevige intellectuele uitdaging, die zowel verbredend als verdiepend is. Het doel is om innovatieve en veelzijdige oplossingen voor belangrijke hedendaagse maatschappelijke problemen te bedenken en te implementeren.

In het programma werken we rond jaarlijks wisselende thema’s, gelinkt aan een of meerdere van de United Nations Sustainable Development Goals. Dit thema bekijken we vanuit een Gentse of Belgische context en vanuit de rol die de ingenieur (m/v/x) kan spelen bij het behalen van die doelstelling(en).

Voor wie?

De doelgroep zijn goede, gemotiveerde en veelzijdige studenten die naast hun reguliere bachelor- of masteropleiding graag een jaar lang een stevige extra uitdaging willen aangaan. We mikken niet louter op topstudenten (op basis van studieresultaten), maar op een brede mix van profielen. Motivatie, enthousiasme en creativiteit spelen een doorslaggevende rol.

Het programma kan enkel gevolgd worden door studenten met een inschrijving in een van de studieprogramma’s van de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur die minstens het eerste bachelorjaar (industrieel ingenieur, burgerlijk ingenieur of burgerlijk ingenieur-architect) volledig heeft afgewerkt. 

27. Kan ik de educatieve master (Master of Science in de wetenschappen en technologie) combineren met mijn opleiding?

De educatieve masteropleiding (EduMa - Master of Science in de wetenschappen en technologie, afstudeerrichting engineering en technologie) wordt in de meeste faculteiten aangeboden naast de reguliere domeinspecifieke masteropleidingen. Je kunt na je bacheloropleiding kiezen voor de domeinspecifieke masteropleidingen of de educatieve masteropleiding. Wie voor de educatieve masteropleiding kiest, wordt leraar zonder extra studietijd. Voor de ingenieurswetenschappen (‐architectuur) is een keuze voor de EduMa meteen na de bachelor niet evident. Als je dit traject volgt, behaal je immers de beroepstitel niet. De faculteit zet daarom in op het verkorte traject van 60 studiepunten, waarop je kan inschrijven na de reguliere masteropleiding (=zij‐instroom). Decretaal gezien is de UGent echter verplicht om je ook de mogelijkheid te bieden om de opleiding meteen na de bachelor te volgen, via de geïntegreerde masteropleiding.

Programma

  • Geïntegreerde educatieve masteropleiding (samen aangeboden door de FEA en de FPPW). De geïntegreerde masteropleiding is bedoeld voor studenten die de EduMa meteen na de bacheloropleiding volgen. Je volgt 120 studiepunten, bestaande uit 45 studiepunten leraarsvakken en 75 studiepunten domeinspecifieke vakken (waarvan 60 studiepunten vakken en 15 studiepunten masterproef). Doordat er in de bacheloropleidingen ingenieurswetenschappen geen ruimte is om al leraarsvakken op te nemen, volg je verplicht een voorbereidingsprogramma met 15 studiepunten leraarsvakken als je kiest voor de geïntegreerde masteropleiding.
  • Verkort traject educatieve masteropleiding (aangeboden door FPPW, gezamenlijk diploma door FEA en FPPW). Het verkorte traject is bedoeld voor studenten die de EduMa volgen na hun masteropleiding (= zij‐instromers). Je volgt enkel 60 studiepunten leraarsvakken. Die component leraar bestaat uit 45 studiepunten uit de geïntegreerde masteropleiding, en 15 studiepunten uit het voorbereidingsprogramma.
  • Meer info over de verschillende afstudeerrichtingen in deze educatieve master

Welke vakdidactieken je kan opnemen, is afhankelijk van de voorafgaande bacheloropleiding. Aan elke vakdidactiek is een lijst van bachelordiploma’s verbonden die toegelaten worden tot de vakdidactiek. De toelatingsvoorwaarden zijn dezelfde in alle Vlaamse universiteiten.

28. Waarom kiezen voor de faculteit Ingenieurswetenschappen en architectuur?

Filmpje: Waarom kiezen voor de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur van de UGent? 

  • Onderwijs en onderzoek op hoog internationaal niveau
  • Faculteit prominent aanwezig in internationaal onderzoek
  • Faculteit zet sterk in op internationalisering in het onderwijs
  • Veelzijdige vorming, met heel veel keuzemogelijkheden.
  • De faculteit besteedt veel aandacht aan het duurzaamheidsaspect. Als ingenieurs ben je in dit maatschappelijk verhaal een heel belangrijke speler. Je geeft de toekomst mee vorm!
  • Faculteit stimuleert ondernemerschap bij haar studenten
  • Zeer intense en goed georganiseerde begeleiding
  • Zeer nauwe samenwerking tussen de opleidingen burgerlijk ingenieur, burgerlijk ingenieur-architect en industrieel ingenieur
  • Studentenvereniging VTK zorgt voor een warm en aangenaam onthaal van de studenten.
  • Gent is een fantastische stad om te studeren. Gent is een bruisende studentenstad met veel cultuur, kunst, sport en ontspanningsmogelijkheden voor studenten.
  • Gent is ook het epicentrum voor onderzoek, innovatie en ondernemerschap. Het merendeel van onze onderzoekscentra bevindt zich op Campus Ardoyen. Samen met een veertigtal onderzoeksgerichte bedrijven die in totaal 1500 personen tewerkstellen, vormen ze het Wetenschapspark Ardoyen.
  • Heel veel jobmogelijkheden na afstuderen!
  • UGent staat in de Shangai ranking het hoogste gerangschikt van alle Belgische universiteiten (UGent op plaats 74 en KU Leuven op plaats 95) en de Shangai ranking is de belangrijkste ranking in de wereld voor universiteiten!